Citaat | Hoge Raad 21 februari 2020

Onder 3.4.2 Hoge Raad 21 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:317.

Vooropgesteld wordt dat de belastingplichtige die bij het vaststellen van de vermindering van bpm is uitgegaan van de handelsinkoopwaarde uit een koerslijst en die stelt dat die handelsinkoopwaarde moet worden verminderd vanwege – niet in deze koerslijst verwerkte – beschadigingen, bij betwisting de last heeft te bewijzen dat en in hoeverre beschadigingen een waardedaling ten opzichte van de uit die koerslijst volgende waarde tot gevolg hebben gehad. Verder heeft het Hof terecht geoordeeld dat de Inspecteur niet kan worden gevolgd in zijn standpunt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan doordat hij heeft nagelaten te voldoen aan een oproep van de Inspecteur om het motorrijtuig op een bepaalde plaats en een bepaald tijdstip te tonen. Zoals ook het Hof heeft overwogen, volgt uit de wettelijke systematiek niet dat het beschikbaar houden van het motorrijtuig een integraal deel uitmaakt van het doen van aangifte. De Wet bevat ook niet een bepaling die op het gebied van het leveren van bewijs gevolgen verbindt aan het niet voldoen aan de toonplicht. Het Hof heeft dan ook terecht, en anders dan de Inspecteur voorstond, de op belanghebbende rustende bewijslast niet verzwaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af5e9965d5254f2287e88815f54e6c2cd439a0bae17a8c29e81857148a0b3f46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af5e9965d5254f2287e88815f54e6c2cd439a0bae17a8c29e81857148a0b3f46, en de alinea staat in dat document op bytes 21120 tot 22406.