Citaat | Hoge Raad 21 februari 2020

Onder 2.4 Hoge Raad 21 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:320.

Het betreft één en dezelfde motivering van zowel de mondeling gegeven beslissing voor de korte verlengingsperiode als de schriftelijke beslissing op de resterende verzoeken. Voor de periode tot 13 september 2018, zoals ook reeds aan de GI, de moeder (en haar gemachtigde) en de vader ter zitting van de rechtbank is medegedeeld, heeft de rechtbank – naar aanleiding van hetgeen over en weer was aangevoerd op de mondelinge behandeling van 27 augustus 2018 – reeds beslist dat het niet in het belang van [de dochter] was de huidige situatie te veranderen. De resterende verzoeken zijn dezelfde verzoeken en de verweren dezelfde verweren met dezelfde daaraan ten grondslag liggende stellingen van de GI, de moeder (en haar gemachtigde) en de vader, en wat nog te beslissen viel na de mondelinge beslissingen betreft enkel de resterende termijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbd71fd6be65e9ce9aa8cb963c3d186cb4fd3dd7b2e4c7f99e21add4425d20b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbd71fd6be65e9ce9aa8cb963c3d186cb4fd3dd7b2e4c7f99e21add4425d20b3, en de alinea staat in dat document op bytes 11199 tot 12063.