Citaat | Hoge Raad 21 februari 2020
Onder 3.1.2 Hoge Raad 21 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:320.
In voornoemde beschikking van 20 april 2018 heeft de Hoge Raad regels gegeven die gelden voor mondelinge uitspraken en de schriftelijke uitwerking daarvan. Daarbij heeft de Hoge Raad ook overwegingen gewijd aan ‘de bestaande praktijk’, die erin bestaat dat indien een zodanig spoedeisend belang bestaat bij een uitspraak dat een (volledige) schriftelijke uitwerking daarvan niet kan worden afgewacht, de uitspraak in mondelinge vorm wordt gedaan (zie rov. 3.3.3-3.3.4). Over de schriftelijke uitwerking van dergelijke mondelinge uitspraken heeft de Hoge Raad onder meer het volgende overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbd71fd6be65e9ce9aa8cb963c3d186cb4fd3dd7b2e4c7f99e21add4425d20b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbd71fd6be65e9ce9aa8cb963c3d186cb4fd3dd7b2e4c7f99e21add4425d20b3, en de alinea staat in dat document op bytes 14690 tot 15301.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbd71fd6be65e9ce9aa8cb963c3d186cb4fd3dd7b2e4c7f99e21add4425d20b3 | shasum -a 256