Citaat | Hoge Raad 14 januari 2020
Onder 3.2.3 Hoge Raad 14 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:36.
Het proces-verbaal van bevindingen van 4 december 2017 houdt in dat verbalisanten zien dat de verdachte op straat “iets” overhandigt aan een ander en dat hij vervolgens ook “iets” aanpakt en onmiddellijk in zijn linkerjaszak stopt. De verdachte en de andere persoon reageren vervolgens geschrokken als verbalisanten zich tegenover hen bekend maken. De verdachte probeert direct met zijn handen naar zijn broekzak te gaan. Daarop zijn er vier zogenaamde gebruikersbolletjes in de rechterbroekzak van de verdachte aangetroffen en is hij aangehouden. Nadat de verdachte is overgebracht naar het politiebureau zijn er bij de insluitingsfouillering nog een digitale weegschaal, verpakkingsmateriaal (naar het hof begrijpt: van verdovende middelen) en een contant geldbedrag van € 662,50 aangetroffen in de kleding van de verdachte. Tevens zijn er in de onderbroek van de verdachte nog 23 zogenaamde gebruikersbolletjes met cocaïne aangetroffen. Gelet op bovengenoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat het aangetroffen geldbedrag naar het zich laat aanzien afkomstig is van de verkoop van de bij verdachte aangetroffen bolletjes cocaïne, die gelet op aantal en wijze van verpakken deel uitmaken van een handelsvoorraad. Louter het voorhanden hebben van dat geld levert al een vermoeden van eenvoudig witwassen op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e012992750c607191e8215f22b44658165947977195e62d757cbeb3f06a0e9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e012992750c607191e8215f22b44658165947977195e62d757cbeb3f06a0e9f, en de alinea staat in dat document op bytes 12369 tot 13710.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3e012992750c607191e8215f22b44658165947977195e62d757cbeb3f06a0e9f | shasum -a 256