Citaat | Hoge Raad 14 januari 2020
Onder 3.4.1 Hoge Raad 14 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:36.
Gelet op de onder 3.2.3 weergegeven door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheden, waaronder het bij de verdachte aantreffen van 27 bolletjes cocaïne die kennelijk deel uitmaakten van een handelsvoorraad, heeft het Hof - niet onbegrijpelijk - geoordeeld dat deze het vermoeden rechtvaardigen dat de verdachte een geldbedrag van ongeveer € 650,- voorhanden heeft gehad dat onmiddellijk uit enig eigen misdrijf afkomstig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e012992750c607191e8215f22b44658165947977195e62d757cbeb3f06a0e9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e012992750c607191e8215f22b44658165947977195e62d757cbeb3f06a0e9f, en de alinea staat in dat document op bytes 21717 tot 22161.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3e012992750c607191e8215f22b44658165947977195e62d757cbeb3f06a0e9f | shasum -a 256