Citaat | Hoge Raad 17 maart 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 17 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:374.
Alhoewel de wijze van handelen, het contant betalen van grote bedragen en het meegeven van facturen volstrekt niet gebruikelijk is bij dit soort transacties is het hof is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende is gebleken van feiten en omstandigheden waaruit wettig en overtuigend bewijs kan worden verkregen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat [verdachte] dan wel [medeverdachte] (als leidinggevende van [verdachte]) tot het moment dat op 23 juli 2003 een faxbericht inzake [J] binnen kwam bij [verdachte] hiervan op de hoogte was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725, en de alinea staat in dat document op bytes 17928 tot 18507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725 | shasum -a 256