Citaat | Hoge Raad 17 maart 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 17 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:374.

Met die informatie in handen had [medeverdachte] naar het oordeel van het hof een nadere onderzoeksplicht in het bijzonder met betrekking tot de hoedanigheid, identiteit en feitelijke vestigingsplaats van [B] als afnemer van de telefoonkaarten dan wel de hoedanigheid van [betrokkene 4], die zich presenteerde als vertegenwoordiger van [B].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725, en de alinea staat in dat document op bytes 20210 tot 20563.