Citaat | Hoge Raad 17 maart 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 17 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:374.
Daarnaast is er nog een reden waarom de aangifte van [verdachte] onjuist was. Volgens vaste jurisprudentie kan geen omzetbelasting in vooraftrek worden gebracht indien duidelijk is dat de transactie onderdeel uitmaakt van een reeks transacties waarbij omzetbelasting wordt ontdoken (zie bijv. de zaak Kittel van het Hof van Justitie EU d.d. 6 juli 2006 ECLI:EU:C:2006:446 en de zaak Italmoda van 18 december 2014, ECLI:EU:C:2014:2455). [verdachte] zou strafrechtelijk slechts dan geen verwijt kunnen worden gemaakt indien zij naast de in aftrek gebrachte voorbelasting ook over de doorleveringen aan [B] na 23 juli 2003 omzetbelasting in rekening had gebracht. Door zulks na te laten heeft [verdachte] de aangiften onjuist en onvolledig gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725, en de alinea staat in dat document op bytes 28969 tot 29726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87781c137facbbf61fa1cbc1be659b25995ab07855c0b15742eb136d3f4e2725 | shasum -a 256