Citaat | Hoge Raad 13 maart 2020
Onder 4 Hoge Raad 13 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:418.
4.1.3 Op grond van art. 7:683 lid 3 BW kan de rechter, indien hij in hoger beroep of na cassatie en verwijzing oordeelt dat een verzoek van de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is toegewezen of dat een verzoek van de werknemer om vernietiging van een opzegging of om herstel van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is afgewezen, de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen. Op grond van art. 7:683 lid 4 BW in verbinding met art. 7:682 lid 6 BW bepaalt de rechter in een dergelijk geval op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst wordt hersteld en treft hij voorzieningen omtrent de rechtsgevolgen van de onderbreking van de arbeidsovereenkomst. Indien de rechter ervoor kiest om niet zelf de arbeidsovereenkomst te herstellen, maar om de werkgever te veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst, kan hij, indien de werknemer daarom verzoekt, in dezelfde uitspraak de werkgever veroordelen tot betaling van het na herstel verschuldigde loon (alsmede tot betaling van vakantietoeslag, overige toeslagen en emolumenten, de wettelijke verhoging en wettelijke rente) vanaf de datum met ingang waarvan de arbeidsovereenkomst moet worden hersteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3022e12f46dd8379740e6fbdf6b573405f4cd46589c8e53f166fdbe77333953d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3022e12f46dd8379740e6fbdf6b573405f4cd46589c8e53f166fdbe77333953d, en de alinea staat in dat document op bytes 12239 tot 13499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3022e12f46dd8379740e6fbdf6b573405f4cd46589c8e53f166fdbe77333953d | shasum -a 256