Citaat | Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 3.3 Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:425.

Het oordeel van het hof kan niet anders worden gelezen dan dat het niet aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van de curatoren is toegekomen. Anders dan de rechtbank, heeft het hof immers geoordeeld dat het beroep door LaSer op de bindendadviesclausule slaagt en dat de curatoren gehouden zijn hun vorderingen voor te leggen aan de bindend adviseur. Het hof heeft dus weliswaar het door de rechtbank gegeven dictum tot afwijzing van de vorderingen van de curatoren bekrachtigd, maar op andere, niet-inhoudelijke gronden. Aan de beslissingen in het vonnis van de rechtbank komt dan ook geen gezag van gewijsde toe. Daarop stuit de klacht af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fa572b76edd73872cab88d0555bbe0b0abcf56312fc821b82ea3624fe3bbaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fa572b76edd73872cab88d0555bbe0b0abcf56312fc821b82ea3624fe3bbaa, en de alinea staat in dat document op bytes 12882 tot 13551.