Citaat | Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 3.1.2 Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:429.

In zijn arrest van 20 december 2019 is de Hoge Raad gedeeltelijk teruggekomen van zijn rechtspraak zoals ingezet met het arrest Ritzen/Hoekstra van 22 april 1983 , waarin voor een executiegeschil in kort geding als maatstaf misbruik van bevoegdheid was voorgeschreven (art. 3:13 BW). De Hoge Raad heeft beslist dat, indien in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd van een uitspraak waartegen een rechtsmiddel is ingesteld of nog openstaat, de vordering aan de hand van dezelfde maatstaf moet worden beoordeeld als een tot schorsing strekkend(e) vordering of verzoek als bedoeld in de art. 351 en 360 lid 2 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60b8ea919e89f13d13ab16c451d59bbbfd7cbbdd5a6533fcf57ac4a3ba222b05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60b8ea919e89f13d13ab16c451d59bbbfd7cbbdd5a6533fcf57ac4a3ba222b05, en de alinea staat in dat document op bytes 16232 tot 17071.