Citaat | Hoge Raad 7 april 2020
Onder 2.5.3 Hoge Raad 7 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:433.
53 Het is (...) geenszins gerechtvaardigd om goederen, stoffen of producten die de houder, ongeacht enige nuttige toepassing, onder gunstige omstandigheden wil exploiteren of verhandelen, te onderwerpen aan de bepalingen van richtlijn 2006/12, die beogen ervoor te zorgen dat de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen plaatsvindt zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder dat procedés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het licht van de verplichting het begrip afvalstof ruim uit te leggen, moet deze redenering evenwel worden beperkt tot situaties waarin het hergebruik van het goed of de stof in kwestie niet slechts mogelijk, maar zeker is, zonder dat vooraf een van de in bijlage II B bij richtlijn 2006/12 bedoelde procedés voor de nuttige toepassing van afvalstoffen hoeft te worden benut, hetgeen ter beoordeling van de verwijzende rechter staat (...).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4a094bcfacc72946c637cafc5864033bb1961f4b70f030047df8c1c8aff5569. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4a094bcfacc72946c637cafc5864033bb1961f4b70f030047df8c1c8aff5569, en de alinea staat in dat document op bytes 34946 tot 35900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4a094bcfacc72946c637cafc5864033bb1961f4b70f030047df8c1c8aff5569 | shasum -a 256