Citaat | Hoge Raad 7 april 2020

Onder 2.6.1 Hoge Raad 7 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:433.

Vooropgesteld moet worden dat de rechter voor het antwoord op de vraag of sprake is van een ‘afvalstof’ eerst moet vaststellen of de houder van wie de verdachte de voorwerpen heeft betrokken zich van de desbetreffende voorwerpen heeft ontdaan of voornemens was zich daarvan te ontdoen en dat voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet of voornemens is zich te ontdoen afvalstoffen zijn, ongeacht of zij bijvoorbeeld substantiële waarde hebben in het economisch verkeer, op zichzelf voor hergebruik geschikt zijn of niet afgedankt en niet versleten zijn, en zij dat blijven totdat zij de status van afvalstof hebben verloren (vgl. HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1564).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4a094bcfacc72946c637cafc5864033bb1961f4b70f030047df8c1c8aff5569. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4a094bcfacc72946c637cafc5864033bb1961f4b70f030047df8c1c8aff5569, en de alinea staat in dat document op bytes 38531 tot 39220.