Citaat | Hoge Raad 21 januari 2020

Onder 3.2 Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:44.

De raadsman heeft betoogd dat, gelet op de algemene woordkeuze van de uitlatingen van de verdachte (zoals: ‘iedere politieagent’) en de omstandigheid dat de uitlatingen niet direct door de verdachte tegen de politie zijn geuit, bij de politie niet de redelijke vrees heeft kunnen ontstaan dat een politieambtenaar het leven zouden kunnen verliezen. Uit het gegeven dat de politie niet direct heeft ingegrepen, blijkt naar het oordeel van de raadsman voorts dat bij de politie daadwerkelijk geen redelijke vrees is ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b1fd212a5db103c6b370d5a4248acdfecb8a968b71433748ebcf72ff4579c79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b1fd212a5db103c6b370d5a4248acdfecb8a968b71433748ebcf72ff4579c79, en de alinea staat in dat document op bytes 18592 tot 19132.