Citaat | Hoge Raad 17 maart 2020
Onder 4.1 Hoge Raad 17 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:445.
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof met betrekking tot de maatregel van het contactverbod als bedoeld in artikel 38v lid 4 Sr in aanmerking heeft genomen dat “is gebleken dat de verdachte na de ten laste gelegde feiten door is gegaan met de belaging van de aangeefster”, terwijl niet is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het in de afdoening meenemen van ad informandum feiten als bedoeld in HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9968.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e, en de alinea staat in dat document op bytes 14604 tot 15067.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e | shasum -a 256