Citaat | Hoge Raad 17 maart 2020
Onder 4.2 Hoge Raad 17 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:445.
Het hof weegt - net als de rechtbank - in het nadeel van verdachte mee dat hij geen blijk heeft gegeven van enig normbesef. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte een op wraak beluste houding heeft jegens personen die hem in zijn ogen onheus bejegenen. Hij vindt dat hij dan het recht heeft om wraak te nemen. Deze wraakgevoelens kunnen een obsessie voor hem worden waar hij lang in blijft hangen. Het recidiverisico is dan ook hoog. Dit wordt versterkt doordat verdachte en aangeefster [benadeelde partij] nog steeds buren zijn en het aannemelijk is dat zij elkaar om die reden regelmatig tegen zullen komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e, en de alinea staat in dat document op bytes 17092 tot 17721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e | shasum -a 256