Citaat | Hoge Raad 17 maart 2020

Onder 4.4 Hoge Raad 17 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:445.

Het cassatiemiddel berust op de opvatting dat het hof ter motivering van het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel alleen rekening mag houden met niet‑tenlastegelegde feiten indien is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het betrekken van ad informandum gevoegde feiten bij de strafoplegging. Die opvatting vindt, mede gelet op de tekst van artikel 38v Sr en de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis bij artikel 38v Sr, geen steun in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c248e1e6de6d7930ee64cb51cf00e676fcc78a40eb10aaf24bc4f50cf3c3e74e, en de alinea staat in dat document op bytes 26813 tot 27293.