Citaat | Hoge Raad 24 maart 2020
Onder 3.2.4 Hoge Raad 24 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:447.
De strijders pleegden deze misdrijven tegen het regeringsleger en in de strijd – doorgaans: om de macht in een bepaald gebied – tussen de jihadistische strijdgroepen onderling. Ten laatste vanaf de zomer 2012 was de verdachte op de hoogte van deze strijd om de stichting van het kalifaat. Dit volgt niet alleen uit hetgeen Martijn de Koning heeft verklaard, namelijk dat de strijd werd beschouwd als een militaire jihad en dat deze de goedkeuring had van degenen uit de netwerken die hij daarover sprak, waaronder de verdachte die duidelijk pro ISIS was. Ook uit (een deel van) de posts van de verdachte op de Facebookpagina [naam 3] – die verderop in dit arrest in het kader van (kort gezegd) opruiing aan de orde zullen komen – kan worden afgeleid dat de verdachte vanaf eind 2013 tot en met de eerste maanden van 2014 op de hoogte was van de gewapende jihadstrijd en de gevolgen ervan. De verdachte heeft dit ter terechtzitting in eerste aanleg ten aanzien van IS – onder die naam actief na 29 juni 2014 – bevestigd. De hierboven weergegeven gegevens over de strijd in Syrië zijn bovendien afkomstig uit openbare bronnen. Tot slot laat het hof niet onvermeld dat de verdachte op 18 mei 2014 het volgende bericht op Facebook plaatste: “Broeders mijn advies is om deze video te bekijken. Islamitische Staat Irak en [naam 3] levert een prachtige video van hun werken om de Moslims te dienen in Irak en Syrië”. “Deel 4 van de buitengewone serie Salilu Sawarim”, met een hyperlink. Deze video – getoond ter terechtzitting in hoger beroep – bevat gruwelijke beelden van standrechtelijke executies, drive by shootings, mensen die worden geïnterviewd terwijl zij hun graf graven en een onthoofding. Het ontgaat het hof dan ook hoe de verdediging kan volhouden dat de verdachte niet wist van wreedheden van ISIS en dat niet “met kennis van nu” moet worden geoordeeld, maar dat bij de beoordeling van de tenlastelegging voor ogen gehouden moet worden dat de onthoofding van James Foley – die wereldwijd de aandacht trok – medio augustus 2014 plaatsvond vlak voor de aanhouding van de verdachte. De stelling van de verdediging dat de gruwelijkheden in deze video niet tegen burgers werden begaan, maar tegen militairen en medewerkers van Assad, doet – voor zover juist – als gezegd niets af aan de vaststelling van het hof dat in de gewapende jihadstrijd in Syrië ter vestiging van een kalifaat misdrijven als bedoeld in artikel 83a Sr werden gepleegd. De door de verdachte hooggeprezen video spreekt wat dat betreft boekdelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e, en de alinea staat in dat document op bytes 79246 tot 81818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e | shasum -a 256