Citaat | Hoge Raad 24 maart 2020
Onder 3.6.3 Hoge Raad 24 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:447.
Wat betreft de Facebookpagina ‘ [naam 3] ’ verdient voorts opmerking dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte vanaf “eerder dan november 2013” – dat wil zeggen gedurende de gehele periode waarin de in de bewijsmiddelen weergegeven berichten op de Facebookpagina zijn geplaatst – een van de redacteuren was van deze pagina, dat hij als redacteur stukken plaatste op deze pagina, dat hij bekend was met de strekking van de pagina en dat hij weet had van het type berichten dat erop stond. Voorts blijkt uit de bewijsvoering, in het bijzonder het hiervoor onder 3.2.3 weergegeven bewijsmiddel 43, dat via deze pagina in de periode van 2 december 2013 tot 28 april 2014 berichten zijn geplaatst die door het Hof – niet onbegrijpelijk – als opruiend zijn aangemerkt, waarbij het mede in aanmerking heeft genomen de steeds op deze pagina terugkerende thema’s, waaronder het ronselen voor de gewelddadige jihad in Syrië, het nieuws over de inzet daarbij van Nederlandse strijders en de verheerlijking van de martelaarsdood en van terroristische aanslagen. Het hierop gebaseerde oordeel van het Hof dat de verdachte “tezamen en in vereniging met een ander/anderen, althans alleen (...) (een) Facebookbericht(en) [heeft] geplaatst op de (...) Facebookpagina “ [naam 5] ”” – waarmee het Hof kennelijk tot uitdrukking heeft gebracht dat voor zover de verdachte niet zelf zo’n bericht heeft geplaatst, hij als redacteur van de Facebookpagina een bijdrage van voldoende gewicht aan de plaatsing ervan heeft geleverd en hij dus als medepleger kan worden aangemerkt – is niet onbegrijpelijk en ook in het licht van hetgeen namens de verdachte over diens betrokkenheid bij deze pagina is aangevoerd, toereikend gemotiveerd. Ook voor zover het middel hierover klaagt, faalt het.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e, en de alinea staat in dat document op bytes 115902 tot 117715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e | shasum -a 256