Citaat | Hoge Raad 24 maart 2020

Onder 4.2 Hoge Raad 24 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:447.

Het beroep stuit naar het oordeel van het hof af op artikel 17 EVRM. In de onderhavige zaak is komen vast te staan dat de verdachte de vrijheid van meningsuiting heeft ingezet voor doeleinden die overduidelijk in strijd zijn met de geest van het EVRM: zij hebben, geïnspireerd door religieus fundamentalisme, aangezet tot het meedoen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië, waarin altijd terroristische misdrijven worden gepleegd. Dat kan worden gekwalificeerd als te zijn gericht op de vernietiging van de in het Verdrag beschermde rechten en vrijheden. Daarom ontvalt aan hem al bij voorbaat de bescherming van artikel 9 en 10 EVRM (vergelijk ook EHRC 2017/169. EHRM, 27-6-2017, 343678/14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a2fd468a1eb6f99bd7db37bc285f2d8665dec4d90a926e3bc786b5d8b7ee64e, en de alinea staat in dat document op bytes 118997 tot 119703.