Citaat | Hoge Raad 20 maart 2020
Onder 3.3.5 Hoge Raad 20 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:472.
Deze regel is in dit geval niet geschonden. De ratio van het voorschrift van art. 155 Rv is dat de waarnemingen door de rechter ten overstaan van wie de bewijslevering heeft plaatsgevonden, van belang kunnen zijn voor de waardering van het bewijs. Daarom brengt een redelijke wetsuitleg mee dat art. 155 Rv verlangt dat de rechter ten overstaan van wie de bewijslevering heeft plaatsgevonden, zoveel als mogelijk de uitspraak (mee)wijst waarin de waardering van het bewijs plaatsvindt. Dat kan ook een eerdere uitspraak dan de einduitspraak zijn. In dit geval heeft de bewijswaardering plaatsgevonden in het tussenarrest van 20 juni 2017. Dat tussenarrest is mede gewezen door de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de getuigenverhoren hebben plaatsgevonden. In de einduitspraak is uitsluitend nog geoordeeld over de schade. Daarop had de bewijsopdracht geen betrekking. Aan het voorschrift van art. 155 Rv is in dit geval dan ook voldaan. Daarop stuit de klacht af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9102e185b5842f3dbed9c32212817e73e374411f29617432f296990e2d252387. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9102e185b5842f3dbed9c32212817e73e374411f29617432f296990e2d252387, en de alinea staat in dat document op bytes 36871 tot 37858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9102e185b5842f3dbed9c32212817e73e374411f29617432f296990e2d252387 | shasum -a 256