Citaat | Hoge Raad 3 april 2020

Onder 2.1 Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:478.

Deze zaak gaat over de vraag in welke omstandigheden een aandeelhouder die op de voet van art. 2:346 lid 1 BW bevoegd is een enquêteverzoek in te dienen ten aanzien van een vennootschap, ook bevoegd is zo’n verzoek in te dienen ten aanzien van een andere, met deze vennootschap verbonden rechtspersoon, en aldus een zogeheten concernenquête te doen gelasten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abf24b4e27b24c21a578bea6aabb4132d37bde328a626fa4d1fd6c04ed6d7b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abf24b4e27b24c21a578bea6aabb4132d37bde328a626fa4d1fd6c04ed6d7b04, en de alinea staat in dat document op bytes 9841 tot 10216.