Citaat | Hoge Raad 20 maart 2020

Onder 2.4.1 Hoge Raad 20 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:481.

Een als zodanig handelende ondernemer heeft in de eerste plaats recht op aftrek van de hem in rekening gebrachte omzetbelasting indien en voor zover een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen een bepaalde handeling in een eerder stadium en een of meer handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat. In het geval van belanghebbende bestaat niet een dergelijk verband met een of meer concrete, door belanghebbende in een later stadium verrichte handelingen. Die grond voor aftrek kan daarom verder onbehandeld blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ba809c6a61c31cfe7a85848ab22192ad329aff33094a377441f03e3c2fc79a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ba809c6a61c31cfe7a85848ab22192ad329aff33094a377441f03e3c2fc79a5, en de alinea staat in dat document op bytes 11443 tot 12069.