Citaat | Hoge Raad 20 maart 2020
Onder 3 Hoge Raad 20 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:485.
3.1.3 Opmerking verdient dat een gedaagde jegens wie een vof uitsluitend op eigen naam een vordering heeft ingesteld en die een eis in reconventie wenst in te stellen (mede) tegen een of meer afzonderlijke vennoten van die vof, de rechter kan verzoeken de gelegenheid te geven op de voet van art. 118 Rv die vennoot of vennoten in het geding te betrekken. Voor het geven van die gelegenheid zal aanleiding kunnen bestaan indien sprake is van samenhangende vorderingen in conventie en reconventie en de proceseconomie gediend is met afdoening van die vorderingen in dezelfde procedure. De rechter kan ook ambtshalve overgaan tot het bieden van die gelegenheid indien een zodanige vordering in reconventie is ingesteld. De rechter kan daartoe in een geval als het onderhavige ook voor het eerst in hoger beroep overgaan, mits de reconventionele vordering in eerste aanleg reeds was ingesteld (vgl. art. 353 lid 1 Rv). In laatstbedoeld geval zal de appelrechter bij zijn afweging of hij die gelegenheid zal bieden, mede moeten betrekken dat de op te roepen vennoten, doordat zij eerst in hoger beroep als procespartij in het geding worden betrokken, een instantie mislopen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6d6fa4cc3b2f5d8b15285f76439fd06d6de86a39caf0fe06eb7b017f8c2d308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6d6fa4cc3b2f5d8b15285f76439fd06d6de86a39caf0fe06eb7b017f8c2d308, en de alinea staat in dat document op bytes 15801 tot 17019.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6d6fa4cc3b2f5d8b15285f76439fd06d6de86a39caf0fe06eb7b017f8c2d308 | shasum -a 256