Citaat | Hoge Raad 20 maart 2020

Onder 3 Hoge Raad 20 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:485.

3.2.6 In het licht van hetgeen hiervoor in 3.2.4 en 3.2.5 is vermeld, heeft het hof de verwerping van het betoog van [eisers] dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [verweerster] v.o.f. zich in hoger beroep voor het eerst erop beroept dat [eisers] hun reconventionele vordering tot een andere partij dienen te richten, onvoldoende gemotiveerd. De overwegingen van het hof dat geen sprake is van een uitdrukkelijke en onvoorwaardelijke erkenning, noch van een gerechtelijke of buitengerechtelijke erkentenis en dat het hoger beroep kan dienen om verweren die in eerste aanleg niet zijn gevoerd, alsnog te voeren, vormen daarvoor niet een toereikende motivering. Onderdeel 3 is derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6d6fa4cc3b2f5d8b15285f76439fd06d6de86a39caf0fe06eb7b017f8c2d308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6d6fa4cc3b2f5d8b15285f76439fd06d6de86a39caf0fe06eb7b017f8c2d308, en de alinea staat in dat document op bytes 22703 tot 23448.