Citaat | Hoge Raad 31 maart 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 31 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504.

Het is nu anderhalf jaar geleden, dus ik weet niet meer precies hoeveel wapens daar lagen. Ik kwam midden in de nacht aan in de woning. Ik ben vervolgens naar de slaapkamer van [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) gegaan. Ik zag wel wapens op de grond naast zijn bed liggen. Ik heb ze toen verschoven richting het bed. Ik heb daar toen niets over tegen [betrokkene 1] gezegd. Ik ben bij hem in bed gaan liggen. Ik besloot de volgende ochtend weg te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e653e348b4b23586fe80b3719a41d47df97d3a2c5606c5e5924d1892e7fb0d40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e653e348b4b23586fe80b3719a41d47df97d3a2c5606c5e5924d1892e7fb0d40, en de alinea staat in dat document op bytes 9955 tot 10436.