Citaat | Hoge Raad 31 maart 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 31 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504.
Voor een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van een wapen en/of munitie in de zin van artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie (WWM) is onder meer vereist dat de verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen (of de munitie). In dat kader worden doorgaans de volgende aspecten onderkend: een wapen bij of in de directe omgeving van de verdachte, de beschikkingsmacht van de verdachte over dat wapen en de bewustheid van de verdachte met betrekking tot dat wapen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e653e348b4b23586fe80b3719a41d47df97d3a2c5606c5e5924d1892e7fb0d40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e653e348b4b23586fe80b3719a41d47df97d3a2c5606c5e5924d1892e7fb0d40, en de alinea staat in dat document op bytes 21193 tot 21747.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e653e348b4b23586fe80b3719a41d47df97d3a2c5606c5e5924d1892e7fb0d40 | shasum -a 256