Citaat | Hoge Raad 31 maart 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 31 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504.

Het feit dat de verdachte heeft verklaard dat zij zich denkt te herinneren dat zij enkel de twee wapens op de grond heeft gezien, doet hier niet aan af, nu zij bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat zij twee wapens naast het bed heeft zien liggen en op het derde wapen, dat is aangetroffen op het kastje naast het bed, de Zoraki, haar DNA is aangetroffen. Het tenlastegelegde voorhanden hebben van de drie wapens en munitie in de zin van de WWM is op grond van het voorgaande naar het oordeel van het hof dan ook wettig en overtuigend bewezen, nu zij aan alle genoemde aspecten van het voorhanden hebben voldoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e653e348b4b23586fe80b3719a41d47df97d3a2c5606c5e5924d1892e7fb0d40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e653e348b4b23586fe80b3719a41d47df97d3a2c5606c5e5924d1892e7fb0d40, en de alinea staat in dat document op bytes 22527 tot 23198.