Citaat | Hoge Raad 24 maart 2020

Onder 2.3 Hoge Raad 24 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:508.

Het hof heeft overwogen dat het openbaar ministerie ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde eerste deelfeit, voor zover het tenlastegelegde ziet op de periode van 19 maart 2003 tot 26 april 2005, wegens verjaring van het recht tot strafvordering niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte. Het Hof heeft het onder 4 tenlastegelegde voor het overige en het onder 3 tenlastegelegde bewezenverklaard en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 86 dagen en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/468a7a8a2856a5d27e9ba83c5f6cda6e61b6eaffc20434f182c476deb6212b83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 468a7a8a2856a5d27e9ba83c5f6cda6e61b6eaffc20434f182c476deb6212b83, en de alinea staat in dat document op bytes 9678 tot 10257.