Citaat | Hoge Raad 24 maart 2020
Onder 2.4 Hoge Raad 24 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:508.
Gelet op de in dit geval toepasselijke straf- en verbodsbepalingen, die in de conclusie van de advocaat-generaal onder 6.5 zijn weergegeven, in samenhang met artikel 70 lid 1 en artikel 72 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht beloopt de verjaringstermijn ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde eerste en tweede deelfeit ten hoogste twee maal zes jaren en ten aanzien van het derde deelfeit ten hoogste tien jaren. Wat betreft al deze feiten is dus het recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/468a7a8a2856a5d27e9ba83c5f6cda6e61b6eaffc20434f182c476deb6212b83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 468a7a8a2856a5d27e9ba83c5f6cda6e61b6eaffc20434f182c476deb6212b83, en de alinea staat in dat document op bytes 10320 tot 10842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/468a7a8a2856a5d27e9ba83c5f6cda6e61b6eaffc20434f182c476deb6212b83 | shasum -a 256