Citaat | Hoge Raad 27 maart 2020

Onder 2.3 Hoge Raad 27 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:522.

De middelen zijn gericht tegen de hiervoor in 2.2 weergegeven oordelen van het Hof. Betoogd wordt onder meer het volgende. Het oordeel van het Hof dat het niet tijdig indienen van een garantieverklaring als bedoeld in artikel 122e Wfsv per definitie leidt tot verval van het eigenrisicodragerschap met ingang van 1 januari 2017 getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Onder de systematiek van het eigenrisicodragen conform de Wet Pemba, WAO en Wfsv was volgens rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep geen sprake van een ‘harde termijn’ voor het indienen van een schriftelijke garantie maar bestond wel degelijk ruimte voor uitzonderingen op de regel. De redactie van artikel 122e, lid 3, Wfsv verbindt geen (rechts)gevolg aan een verlate levering inzake het eigenrisicodragen WGA. Ook de door het Hof genoemde bedoeling van de wetgever inzake verval van het eigenrisicodragerschap kan men niet duidelijk afleiden uit de wetsgeschiedenis. Er wordt slechts gesteld dat de garantie vóór 31 december 2016 moet worden geleverd, aldus nog steeds de middelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7df81bfd17d9aa90228af5fd9983faf5ae053ef6fed65192bbc7d24939547017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7df81bfd17d9aa90228af5fd9983faf5ae053ef6fed65192bbc7d24939547017, en de alinea staat in dat document op bytes 8974 tot 10053.