Citaat | Hoge Raad 27 maart 2020
Onder 3.1.2 Hoge Raad 27 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:531.
Art. 6:237, aanhef en onder h, BW bepaalt dat bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een in de algemene voorwaarden voorkomend beding dat als sanctie op bepaalde gedragingen van de wederpartij, nalaten daaronder begrepen, verval stelt van aan de wederpartij toekomende rechten of van de bevoegdheid bepaalde verweren te voeren, behoudens voor zover deze gedragingen het verval van die rechten of verweren rechtvaardigen. Een dergelijk op de ‘grijze lijst’ van art. 6:237 BW voorkomend beding kan op grond van art. 6:233, aanhef en onder a, BW door de wederpartij, de consument, worden vernietigd, tenzij de gebruiker van de algemene voorwaarden het vermoeden dat het beding onredelijk bezwarend is, weerlegt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/345cf82f9477c409c2d390285772263414020384fba753955efb1fc487d26f37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 345cf82f9477c409c2d390285772263414020384fba753955efb1fc487d26f37, en de alinea staat in dat document op bytes 18250 tot 19132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/345cf82f9477c409c2d390285772263414020384fba753955efb1fc487d26f37 | shasum -a 256