Citaat | Hoge Raad 27 maart 2020
Onder 2.1 Hoge Raad 27 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:532.
“Op 1 december jl. heeft u me gevraagd voor een gesprek. Aanleiding hiertoe was mijn opmerking tijdens de OR vergadering van 28 november die niet in goede aarde is gevallen en als discriminerend werd ervaren door enkele aanwezigen. Dit betreur ik. U zei me dat er van u als leidinggevende hierop actie wordt verwacht en dat u er last van heeft gehad. De opmerking waar het om ging was niet bedoeld als kwetsend, maar juist als compliment omdat de persoon waar het om ging een technisch probleem met de beamer heel snel had verholpen. De persoon voor wie mijn opmerking was bedoeld nam hier gelukkig geen aanstoot van. Desalniettemin begrijp ik dat de wijze waarop ik mijn compliment heb gegeven wordt ervaren als ongepast. Achtergrond van de opmerking was de spelende maatschappelijke discussie. Ik ben het helemaal eens dat discriminatie niet hoort, maar dat was dus niet bedoeling. Hierbij wil ik aanbieden om met de persoon in kwestie in gesprek te gaan om mijn excuses aan te bieden. Tevens wil ik mijn excuses persoonlijk aan de directie aanbieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/710e601fbec7226b4ab3116796f9600c6a82223509c8e3c1b698e91aa2d6a839. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 710e601fbec7226b4ab3116796f9600c6a82223509c8e3c1b698e91aa2d6a839, en de alinea staat in dat document op bytes 14486 tot 15554.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/710e601fbec7226b4ab3116796f9600c6a82223509c8e3c1b698e91aa2d6a839 | shasum -a 256