Citaat | Hoge Raad 27 maart 2020

Onder 2.4.2 Hoge Raad 27 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:532.

Binnen de OR bestond alle reden om het gedrag van [verweerder] enigszins aan banden te leggen. Uit de notulen van de OR volgt dat hij meer dan eens door andere leden van de OR is aangesproken op ongepaste uitlatingen. Dergelijke kwesties staan in de weg aan een goed verloop van een bijeenkomst in het algemeen en een overlegvergadering in het bijzonder. Ook hier geldt dat een allerlaatste waarschuwing voordat door de OR een beroep gedaan zou worden op art. 13 WOR, in de processtukken niet is te vinden. Voor een dergelijk duidelijk signaal zou in dit geval reden zijn geweest, omdat uit de gestelde feiten en omstandigheden niet is af te leiden dat [verweerder] de vergaderorde bewust frustreert. Bij hem lijkt hierbij eerder sprake van onvermogen dan van onwil. [verweerder] vindt het een compliment dat hij wordt gezien als een echte vakbondsman die opkomt voor “zijn jongens”, maar begrijpt kennelijk niet dat andere OR-leden zich beledigd voelen wanneer hij over hen zegt dat zij bij de directie op schoot zitten. Ook [verweerder] heeft echter te accepteren dat binnen de OR verschillende visies kunnen samenkomen en soms tot één standpunt gevormd moeten worden. Een ondubbelzinnig signaal dat de grens is bereikt acht het hof dan wel geboden voordat het ultimum remedium wordt ingezet. (rov. 5.14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/710e601fbec7226b4ab3116796f9600c6a82223509c8e3c1b698e91aa2d6a839. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 710e601fbec7226b4ab3116796f9600c6a82223509c8e3c1b698e91aa2d6a839, en de alinea staat in dat document op bytes 30657 tot 31982.