Citaat | Hoge Raad 27 maart 2020

Onder 2.3.6 Hoge Raad 27 maart 2020

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:538.

Het verweer van [eiser] dat het hoger beroep in dit geval niet behoefde te worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister omdat het vonnis van de rechtbank niet is ingeschreven in de openbare registers en [eiser] aan de levering heeft meegewerkt, waardoor het vonnis niet in de plaats van de leveringsakte is getreden, faalt omdat [eiser] zich niet heeft neergelegd bij de, onlosmakelijk aan elkaar verbonden, beslissingen in de onderdelen 5.1 en 5.2 van het dictum van de rechtbank. Dat [eiser] in het licht van het vonnis van de rechtbank zijn medewerking heeft verleend aan de levering van de woning, betekent daarom niet dat art. 3:301 lid 2 BW toepassing mist. Niet relevant is dat het vonnis van de rechtbank niet is ingeschreven in de openbare registers, omdat art. 3:301 lid 2 BW dat niet vereist. Bovendien is in de wel ingeschreven leveringsakte opgenomen dat levering is geschied krachtens dat vonnis van de rechtbank, zodat de betrouwbaarheid van de openbare registers in dit geval wel degelijk een rol speelt. (rov. 4.7-4.8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/742f04e494785a3432b9b978d76d98e30b19af773b803c90b748a894109ca1ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 742f04e494785a3432b9b978d76d98e30b19af773b803c90b748a894109ca1ce, en de alinea staat in dat document op bytes 12101 tot 13155.