Citaat | Hoge Raad 31 maart 2020
Onder 3.2.3 Hoge Raad 31 maart 2020
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:549.
De politie laat in een spreadsheet (zie p. 5148) zien dat [betrokkene] in 2009 in totaal € 48.241,00 per bank van [A] heeft ontvangen. Dit is nagenoeg het bedrag dat de accountant aan totale inkomsten heeft berekend. De kennelijke vergissing van de politie zit hierin, dat de politie eraan voorbij is gegaan dat de uitkoopsom geen deel uitmaakt van de inkomsten als weergegeven in de spreadsheet. Het ligt ook niet voor de hand dat dit het geval is geweest, nu de omschrijvingen bij de betalingen nergens vermelden dat de overboeking ziet op “een uitkoopsom”. [betrokkene] constateert dat er wel enkele malen bij een overboeking staat vermeld “terugstorting priveinleg” en “betaling geleend geld”. Voorzover de politie ervan uit zou gaan dat de uitkoopsom met deze posten is verrekend, is dat een uitgangspunt dat niet ondersteund wordt door enig gegeven in het dossier.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/476b647517174663d629e56691cfbae7c640469192e18b0b6735976304223cbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 476b647517174663d629e56691cfbae7c640469192e18b0b6735976304223cbb, en de alinea staat in dat document op bytes 13220 tot 14117.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/476b647517174663d629e56691cfbae7c640469192e18b0b6735976304223cbb | shasum -a 256