Citaat | Hoge Raad 7 april 2020

Onder 3.2 Hoge Raad 7 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:563.

20. Tot op heden heeft het hof als uitgangspunt gehanteerd dat aanleiding bestaat om een verzoek om vergoeding van proceskosten in te willigen indien en voor zover een betrokkene in het gelijk wordt gesteld. Onder in het gelijk stellen wordt verstaan het op de door de betrokkene aangedragen gronden (geheel of gedeeltelijk) vernietigen van een beslissing van de kantonrechter, de officier van justitie of van de inleidende beschikking. Het hof heeft hiervoor aansluiting gezocht bij jurisprudentie van bestuursrechters op de voet van artikel 8:75 van de Awb. Hierbij wordt ook een proceskostenvergoeding toegekend als de beslissing van de kantonrechter of van de officier van justitie wordt vernietigd op formele gronden, terwijl de onderliggende beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie in stand blijft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1, en de alinea staat in dat document op bytes 12461 tot 13295.