Citaat | Hoge Raad 7 april 2020
Onder 4.3.1 Hoge Raad 7 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:563.
Ten aanzien van een proceskostenvergoeding op de voet van artikel 13a Wahv komen alleen die kosten voor vergoeding in aanmerking die de andere partij redelijkerwijs heeft moeten maken. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat dit het geval is als de betrokkene geheel of gedeeltelijk in het gelijk is gesteld. Bij het bepalen van het antwoord op de vraag wanneer daarvan sprake is, komt het hof een grote mate van beoordelingsvrijheid toe, mede gelet op het eigenstandige karakter van de Wahv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1, en de alinea staat in dat document op bytes 20027 tot 20538.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1 | shasum -a 256