Citaat | Hoge Raad 7 april 2020
Onder 4.3.2 Hoge Raad 7 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:563.
Het hof heeft in de bestreden uitspraak als criterium geformuleerd - waarbij het aansluiting heeft gezocht bij de regeling van de vergoeding van kosten op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering - dat de vraag of een betrokkene in het gelijk is gesteld alleen bevestigend is te beantwoorden als de inleidende beschikking is vernietigd. Deze maatstaf is in zijn algemeenheid niet juist, omdat daaronder ook situaties kunnen worden gebracht waarin de betrokkene materieel wel geheel of gedeeltelijk in het gelijk is gesteld en de kosten dus in zoverre als regel redelijkerwijs voor vergoeding in aanmerking zouden moeten komen, ook zonder dat de inleidende beschikking is vernietigd. In dit verband zij opgemerkt dat voor proceskostenvergoeding ook aanleiding kan bestaan indien bijvoorbeeld het sanctiebedrag lager of op nihil wordt vastgesteld of indien de inleidende beschikking wordt gewijzigd wat betreft de omschrijving van de gedraging en de feitcode.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1, en de alinea staat in dat document op bytes 20611 tot 21598.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1 | shasum -a 256