Citaat | Hoge Raad 7 april 2020
Onder 4.3.3 Hoge Raad 7 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:563.
Voor gevallen waarin weliswaar de beslissing van de kantonrechter of de officier van justitie wegens het niet of onvoldoende nageleefd zijn van procedurele voorschriften wordt vernietigd, doch de onderliggende (boete)beschikking niet, en de betrokkene te dien aanzien inhoudelijk in het geheel niet in het gelijk is gesteld, kan - bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van voldoende rechtens te respecteren belang van de betrokkene - aanleiding bestaan vergoeding redelijkerwijs achterwege te laten, zoals het hof heeft gedaan in de onderhavige zaak, waarin het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard en de rechtmatig opgelegde administratieve sanctie in stand is gebleven. Denkbaar is ook dat het hof in de aard en ernst van de verzuimen of gebreken die tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter of de officier van justitie nopen aanleiding vindt om voor door de betrokkene daadwerkelijk gemaakte proceskosten redelijkerwijs enig bedrag ter zake van (een deel van) die kosten toe te kennen. Daarbij zij aangetekend dat het hof in deze situaties uit een oogpunt van eenvoud en voorspelbaarheid zou kunnen bepalen voor gelijksoortige gevallen waarin de betrokkene daadwerkelijk proceskosten heeft gemaakt (voortaan) een bepaald (of op bepaalde wijze te berekenen) bedrag aan vergoeding van die kosten toe te kennen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1, en de alinea staat in dat document op bytes 21671 tot 23032.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9032f634e88eb9a1f0a82e256799b95c8f7afb3548d0c610778cbbb1d694ff1 | shasum -a 256