Citaat | Hoge Raad 21 april 2020
Onder 2.2.1 Hoge Raad 21 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:571.
Ten laste van de verdachte is onder 5 - verkort weergegeven - bewezenverklaard dat hij in de periode van 22 november 2010 tot en met 30 oktober 2015 in Nederland en/of in Tsjechië, voorwerpen, te weten geldbedragen tot een totaal bedrag van circa € 324.927,15 bestaande uit twee geldbedragen ontvangen van [medeverdachte 8] , voorhanden heeft gehad en heeft verworven en heeft omgezet en van die geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, telkens wist dat die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, daarvan een gewoonte heeft gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede, en de alinea staat in dat document op bytes 8534 tot 9169.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede | shasum -a 256