Citaat | Hoge Raad 21 april 2020
Onder 6.3.1 Hoge Raad 21 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:571.
Voor het ontvangen van de betalingen maakte [verdachte] maandelijks een factuur op op naam van [S] . [medeverdachte 8] gaf aan hem door hoeveel hij kon factureren. De factuur verzond [verdachte] naar [medeverdachte 8] . [verdachte] heeft alle facturen zelf opgemaakt vanuit huis (de rechtbank begrijpt: te [vestigingsplaats] ). De omschrijving op de facturen heeft hij zelf bedacht. Fysiek heeft hij geen werkzaamheden verricht voor [medeverdachte 2] . Hij heeft het format van de facturen aangepast zodat deze opgenomen konden worden in de administratie van [S] . De gefactureerde bedragen heeft hij ontvangen, deels op de rekening van [S] en deels op zijn eigen rekening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede, en de alinea staat in dat document op bytes 13624 tot 14310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede | shasum -a 256