Citaat | Hoge Raad 21 april 2020

Onder 6.3.3 Hoge Raad 21 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:571.

Het hof stelt vast dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode geldbedragen van circa € 324.927,15 (exclusief btw) heeft ontvangen, waarvan € 244.555,- op de bankrekening van [S] (een Tsjechische vennootschap van zijn dochter) is ontvangen en € 120.372,- op een bankrekening van verdachte is ontvangen. Verdachte heeft deze bedragen door middel van valsheid in geschrift verkregen. Het hof is daarbij van oordeel dat het opmaken en versturen van de valse facturen om de geldbedragen te verkrijgen het gronddelict is en die facturen zijn gebruikt om de geldbedragen te verkrijgen (...).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede, en de alinea staat in dat document op bytes 16199 tot 16812.