Citaat | Hoge Raad 21 april 2020

Onder 2.4 Hoge Raad 21 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:571.

Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte ‘bemiddelingsfees’ heeft ontvangen van personen die bij SNSPF waren aangebracht. Daarnaast heeft het hof vastgesteld dat bij deze betalingen gebruik is gemaakt van facturen met daarin valse omschrijvingen, waarbij die facturen zijn opgemaakt “ten behoeve van de verzwegen omkoping en de bijbehorende betaalstroom en zijn bedoeld om deze betalingen een titel te verschaffen”. De bewezenverklaring onder 5 houdt daarbij in dat de verdachte een totaalbedrag van circa € 324.927,15 heeft ontvangen van [medeverdachte 8] . Blijkens de hiervoor weergegeven bewijsvoering heeft het hof geoordeeld dat de in de bewezenverklaring onder 5 vermelde geldbedragen afkomstig waren van valsheid in geschrift. Hierin ligt als oordeel van het hof besloten dat de in de bewezenverklaring vermelde bedragen (mede) uit valsheid in geschrift ‘afkomstig’ waren omdat de ontvangst en de betaling door de verdachte van de in de bewezenverklaring genoemde bedragen heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van valse facturen. Dat oordeel getuigt echter, gelet op wat onder 2.3 is vooropgesteld, van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5616fdeeb8971bfca7ed4d1c246b264a685977c6022c5b50b872d61e4889fede, en de alinea staat in dat document op bytes 18975 tot 20158.