Citaat | Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.6 Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:587.
Het komt er bij de uitleg op aan hoe Trafigura de inleidende dagvaarding heeft opgevat en redelijkerwijs heeft mogen opvatten, voordat zij de akte wijziging van eis kende. Uit de inleidende dagvaarding wordt niet duidelijk dat de Stichting optreedt in de hoedanigheid van claimstichting in de zin van art. 3:305a BW. Dat artikel wordt niet genoemd en er zijn duidelijke aanwijzingen dat de Stichting niet als zodanig optreedt. Zij verwijst immers naar volmachten, die voor een claimstichting irrelevant zijn, en zij vordert mede schadevergoeding, hetgeen op basis van de wet voor een claimstichting als bedoeld in art. 3:305a BW niet mogelijk is. Dat het woord volmacht berust op een vertaalfout, zoals de Stichting thans stelt, was voor Trafigura uit de tekst niet kenbaar. Dat betekent dat Trafigura het exploot in redelijkheid zo mocht opvatten dat de Stichting de inleidende dagvaarding in haar hoedanigheid van (directe of indirecte) vertegenwoordiger van de slachtoffers, van wie zij volmachten en/of lastgevingen had gekregen, heeft uitgebracht. (rov. 3.15)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcbfb029903b1165f392cb60b910d16f8e0ba403f4137212f23734a446db417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcbfb029903b1165f392cb60b910d16f8e0ba403f4137212f23734a446db417, en de alinea staat in dat document op bytes 15186 tot 16263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebcbfb029903b1165f392cb60b910d16f8e0ba403f4137212f23734a446db417 | shasum -a 256