Citaat | Hoge Raad 3 april 2020
Onder 3.1.2 Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:594.
Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende niet is geslaagd in dat bewijs. Daartoe heeft het als volgt overwogen. Het Hof heeft – onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.3.1 van het verwijzingsarrest – in de eerste plaats geoordeeld dat belanghebbende niet meer met de vaststellingsovereenkomsten die op 18 april 2011 zijn gesloten tussen belanghebbende en het [A]-concern (hierna tezamen: de vaststellingsovereenkomst) aannemelijk kan maken dat zij jegens het [A]-concern een dienst heeft verricht die bestaat in het verlenen van medewerking aan de totstandkoming van de collectieve waardeoverdracht naar Stichting [B]. Het Hof heeft vervolgens de stelling van belanghebbende verworpen dat de vaststellingsovereenkomst impliceert dat belanghebbende aan het [A]-concern een andersoortige dienst onder bezwarende titel heeft verricht dan het verlenen van medewerking aan de totstandkoming van de collectieve waardeoverdracht. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende ook voor het overige geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met een prestatie onder bezwarende titel die niet is vrijgesteld van omzetbelasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/659befac1c965ade4706f99dcc38db7f0b84b71e9279394423aa58bf8862a113. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 659befac1c965ade4706f99dcc38db7f0b84b71e9279394423aa58bf8862a113, en de alinea staat in dat document op bytes 7319 tot 8622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/659befac1c965ade4706f99dcc38db7f0b84b71e9279394423aa58bf8862a113 | shasum -a 256