Citaat | Hoge Raad 3 april 2020

Onder 3.3.2 Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:594.

Belanghebbende heeft bij het Hof opnieuw aangevoerd dat zij aannemelijk heeft gemaakt – onder meer met de vaststellingsovereenkomst – dat met het [A]-concern een dienst onder bezwarende titel is overeengekomen. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.3.1 is overwogen, had het Hof bij de beoordeling van die stelling alle door belanghebbende aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking moeten nemen. Daarbij was het Hof voor de keuze van de bewijsmiddelen noch voor de waardering daarvan gebonden aan het eerder gegeven bewijsoordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/659befac1c965ade4706f99dcc38db7f0b84b71e9279394423aa58bf8862a113. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 659befac1c965ade4706f99dcc38db7f0b84b71e9279394423aa58bf8862a113, en de alinea staat in dat document op bytes 10540 tot 11127.