Citaat | Hoge Raad 7 januari 2020
Onder 2.2 Hoge Raad 7 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:6.
(...) het hof [is] van oordeel dat de beide getuigen, als geestelijk verzorgers, gelet op de aard en de inhoud van die functie, gelijk moeten worden gesteld met een geestelijke. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de getuigen als humanistisch respectievelijk boeddhistisch geestelijk verzorger zijn benoemd. De getuigen kunnen zich daarom op grond van de wet beroepen op het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering. Als verschoningsgerechtigden moet de getuigen daarbij een eigen afweging van belangen verrichten. De getuigen hebben ervoor gekozen het verschoningsrecht niet te doorbreken en geen enkele inhoudelijke vraag in deze zaak te beantwoorden. Het hof dient die beslissing te respecteren. Het maakt voor het oordeel van het hof geen verschil of in dit geval de betreffende wetenschap is verkregen tijdens een persoonlijk of een groepsgesprek. Ook aan het groepsgesprek neemt de geestelijk verzorger uit dien hoofde deel. Hetgeen de geestelijk verzorger tijdens een groepsgesprek is toevertrouwd, valt daarom eveneens onder het verschoningsrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0463e2aa6e196f9a4249a558b0d34ce806e34210e1feb2dcd414cd0b145059d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0463e2aa6e196f9a4249a558b0d34ce806e34210e1feb2dcd414cd0b145059d, en de alinea staat in dat document op bytes 9528 tot 10639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0463e2aa6e196f9a4249a558b0d34ce806e34210e1feb2dcd414cd0b145059d | shasum -a 256