Citaat | Hoge Raad 3 april 2020

Onder 3.2.4 Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:600.

Het oordeel omtrent de vraag of boeken, bescheiden of andere gegevensdragers object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken, komt in beginsel toe aan de verschoningsgerechtigde advocaat of notaris. Indien deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om informatie waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de onderzoekers te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is. Daarbij doet niet terzake of deze informatie zich bij de advocaat of notaris of bij de rechtspersoon bevindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a3b22856ae9273ca329423988a4c5fb590b905dbb770261de5ba14e6a20c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a3b22856ae9273ca329423988a4c5fb590b905dbb770261de5ba14e6a20c47, en de alinea staat in dat document op bytes 32290 tot 33029.