Citaat | Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.3.4 Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:600.
De in 3.15 en 3.16 genoemde rol van de raadsheer-commissaris kan meebrengen dat de raadsheer-commissaris te zijner tijd geen deel zal uitmaken van de zetel van de ondernemingskamer die heeft te oordelen over een eventueel verzoek op de voet van art. 2:355 BW na deponering van het verslag. (rov. 3.17)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a3b22856ae9273ca329423988a4c5fb590b905dbb770261de5ba14e6a20c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a3b22856ae9273ca329423988a4c5fb590b905dbb770261de5ba14e6a20c47, en de alinea staat in dat document op bytes 25539 tot 25854.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a3b22856ae9273ca329423988a4c5fb590b905dbb770261de5ba14e6a20c47 | shasum -a 256